Belasting over de transitievergoeding
U ontvangt een transitievergoeding bij ontslag en wilt weten hoeveel u daar netto van overhoudt. Dat is een begrijpelijke vraag, want de fiscale gevolgen kunnen aanzienlijk zijn. De transitievergoeding is namelijk volledig belast — er bestaat géén belastingvrije voet. In dit artikel leest u precies hoe de belastingheffing werkt, wat het verschil is tussen bruto en netto, welke invloed de vergoeding heeft op uw toeslagen en of er mogelijkheden zijn om fiscaal te optimaliseren.
Inhoudsopgave
- Transitievergoeding is loon uit vroegere dienstbetrekking
- Loonheffing: wat houdt uw werkgever in?
- Bijzonder tarief (tabel bijzondere beloningen)
- Inkomstenbelasting: verrekening via de aangifte
- Verschil bruto en netto transitievergoeding
- Invloed op toeslagen
- Transitievergoeding spreiden over meerdere jaren?
- Stamrechtvrijstelling (afgeschaft)
- Kosten die in mindering mogen worden gebracht
- Tips voor fiscale optimalisatie
- Veelgestelde vragen
Transitievergoeding is loon uit vroegere dienstbetrekking
De transitievergoeding valt fiscaal onder het begrip loon uit vroegere dienstbetrekking. Dit is vastgelegd in de Wet op de loonbelasting 1964. Concreet betekent dit dat de Belastingdienst uw transitievergoeding op dezelfde manier behandelt als gewoon loon: het wordt belast in box 1 van de inkomstenbelasting (belastbaar inkomen uit werk en woning).
Het is een veelvoorkomend misverstand dat er een belastingvrij bedrag zou bestaan voor ontslagvergoedingen. Dat is niet het geval. De volledige transitievergoeding is belast als inkomen: er geldt geen specifieke vrijstelling en geen verminderd tarief. Elke euro die u aan transitievergoeding ontvangt, telt mee als inkomen en wordt dienovereenkomstig belast. Wel kunnen bepaalde componenten van een ontslagpakket (zoals outplacement of scholing) onder voorwaarden onbelast worden verstrekt via de werkkostenregeling.
Let op: geen belastingvrije voet
Anders dan sommige websites suggereren, is er géén belastingvrij deel van de transitievergoeding. De volledige bruto vergoeding is belast. De stamrechtvrijstelling, waarmee ontslagvergoedingen vroeger (deels) konden worden uitgesteld, is per 1 januari 2014 afgeschaft. Er is sindsdien geen faciliteit meer die de transitievergoeding als zodanig geheel of gedeeltelijk vrijstelt van belastingheffing. Wel bestaan er mogelijkheden om het netto resultaat te optimaliseren, bijvoorbeeld via de werkkostenregeling (WKR), rechtstreekse betaling van juridische kosten door de werkgever en de timing van de uitbetaling. Deze worden verderop in dit artikel besproken.
Loonheffing: wat houdt uw werkgever in?
Uw werkgever is wettelijk verplicht om loonheffing in te houden op de transitievergoeding voordat deze aan u wordt uitbetaald. De loonheffing bestaat uit twee componenten:
- Loonbelasting: dit is een voorheffing op de inkomstenbelasting. Het bedrag dat uw werkgever inhoudt, wordt later verrekend met de definitief verschuldigde inkomstenbelasting.
- Premies volksverzekeringen: dit betreft de premies voor de AOW, de Anw (Algemene nabestaandenwet) en de Wlz (Wet langdurige zorg). Deze premies worden gecombineerd met de loonbelasting geheven.
De werkgever draagt de ingehouden loonheffing af aan de Belastingdienst. U ontvangt dus het nettobedrag op uw bankrekening. Het brutobedrag van de transitievergoeding staat vermeld op uw loonstrook en op de jaaropgave die u aan het begin van het volgende kalenderjaar ontvangt.
Naast de loonheffing kan de werkgever ook premies werknemersverzekeringen (WW-premie en WIA-premie) verschuldigd zijn. Of dit het geval is, hangt af van de vraag of de transitievergoeding kwalificeert als loon uit tegenwoordige of vroegere dienstbetrekking. Wordt de vergoeding uitbetaald na het einde van het dienstverband, dan wordt zij doorgaans aangemerkt als loon uit vroegere dienstbetrekking en zijn er géén premies werknemersverzekeringen verschuldigd. Vindt de uitbetaling echter plaats vóór of gelijktijdig met het einde van het dienstverband, of bevat de vergoeding looncomponenten zoals een nabetaling van salaris, dan kan de kwalificatie anders uitvallen. De ingehouden pensioenpremie is eveneens niet van toepassing op de transitievergoeding.
Bijzonder tarief (tabel bijzondere beloningen)
De transitievergoeding is een bijzondere beloning in de zin van de loonbelasting. Dit betekent dat uw werkgever niet de reguliere loontabel toepast, maar de tabel voor bijzondere beloningen. Dit is een belangrijk onderscheid dat direct invloed heeft op het bedrag dat op uw rekening wordt gestort.
Hoe werkt het bijzonder tarief?
Het bijzonder tarief wordt berekend op basis van uw jaarloon in het voorgaande kalenderjaar. De Belastingdienst bepaalt aan de hand van dat jaarloon in welke belastingschijf uw inkomen valt, en past het bijbehorende percentage toe op de bijzondere beloning. In de praktijk werkt dit als volgt:
- Uw werkgever neemt uw jaarloon uit het voorafgaande kalenderjaar als uitgangspunt.
- Op basis van dat jaarloon en de herrekentabellen van de Belastingdienst wordt het toepasselijke tarief bepaald. Dit is niet simpelweg het hoogste marginale tarief vermenigvuldigd met het volledige bedrag: de berekening houdt rekening met het cumulatieve loon en de schijfgrenzen.
- Het aldus berekende tarief wordt als voorheffing toegepast op de transitievergoeding. De definitieve afrekening vindt plaats bij de aangifte inkomstenbelasting.
Het gevolg is dat bij een hoog jaarloon de inhouding op de transitievergoeding relatief hoog is, omdat het bijzonder tarief dan correspondeert met het hoogste schijftarief. Bij een lager jaarloon kan de inhouding relatief meevallen.
Voorbeeld bijzonder tarief
Stel, uw jaarloon in het voorgaande jaar bedroeg € 50.000. Op basis van de herrekentabellen berekent de Belastingdienst het bijzonder tarief. Bij een jaarloon van € 50.000 valt u in 2025 in de tweede schijf (36,97%). Op een transitievergoeding van € 20.000 bruto wordt dan circa € 7.394 aan loonheffing ingehouden. U ontvangt in dat geval circa € 12.606 netto. Let op: dit is een vereenvoudigd voorbeeld. Het werkelijke tarief kan afwijken doordat de berekening rekening houdt met het cumulatieve loon en de exacte herrekenmethode van uw werkgever.
Het is belangrijk om te beseffen dat de inhouding via het bijzonder tarief een voorlopige heffing is. De definitieve belastingdruk wordt pas bepaald bij de aangifte inkomstenbelasting. Het kan dus zijn dat u geld terugkrijgt of moet bijbetalen, afhankelijk van uw totale inkomen in dat jaar.
Inkomstenbelasting: verrekening via de aangifte
De loonheffing die uw werkgever inhoudt, is een voorheffing op de inkomstenbelasting. Bij uw jaarlijkse aangifte inkomstenbelasting wordt de definitieve belastingaanslag berekend op basis van uw totale inkomen in dat kalenderjaar, inclusief de transitievergoeding. De reeds ingehouden loonheffing wordt verrekend met de verschuldigde inkomstenbelasting.
Geld terugkrijgen
U kunt geld terugkrijgen als het bijzonder tarief waarmee de loonheffing is berekend, hoger was dan het tarief dat achteraf van toepassing blijkt te zijn. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn als:
- U in het jaar van uitbetaling minder heeft verdiend dan in het voorgaande jaar (bijvoorbeeld omdat u een deel van het jaar geen inkomen had).
- U aftrekposten heeft die uw belastbaar inkomen verlagen, zoals hypotheekrenteaftrek of hoge ziektekosten.
- Uw werkgever het bijzonder tarief te hoog heeft ingeschat.
Bijbetalen
Het omgekeerde is ook mogelijk: u moet bijbetalen als de daadwerkelijke belastingdruk hoger is dan de ingehouden loonheffing. Dit kan voorkomen als:
- U naast de transitievergoeding ook ander inkomen heeft ontvangen (bijvoorbeeld uit een nieuwe baan, een uitkering of freelancewerkzaamheden).
- De transitievergoeding uw inkomen in een hogere belastingschijf heeft geduwd.
- Het bijzonder tarief op basis van het vorige jaarloon te laag bleek.
Tip: voorlopige aanslag aanvragen
Als u verwacht dat u geld terugkrijgt, kunt u bij de Belastingdienst een voorlopige aanslag aanvragen. Hiermee ontvangt u het verwachte bedrag eerder, in plaats van te moeten wachten tot de definitieve aanslag na het indienen van uw belastingaangifte. Dit kan met name interessant zijn als u na uw ontslag tijdelijk een lager inkomen heeft.
Verschil bruto en netto transitievergoeding
Wanneer in uw vaststellingsovereenkomst of ontslagbrief een bedrag wordt genoemd, is dit vrijwel altijd het brutobedrag. Het nettobedrag dat u op uw bankrekening ontvangt, is daar aanzienlijk lager dan. Het exacte verschil hangt af van het toepasselijke belastingtarief.
Voorbeeldberekening
Hieronder vindt u een indicatieve berekening voor een transitievergoeding van € 25.000 bruto bij een jaarloon van € 45.000 (tarieven 2025). Let op: dit is een vereenvoudigd voorbeeld ter illustratie.
- Bruto transitievergoeding: € 25.000
- Totaal jaarinkomen: € 45.000 + € 25.000 = € 70.000 (blijft onder de grens van € 76.817 voor de hoogste schijf)
- Indicatief bijzonder tarief: circa 36,97% (op basis van het jaarloon in de tweede schijf)
- Geschatte loonheffing: circa € 9.243
- Indicatief nettobedrag: circa € 15.757
Let op: dit is een sterk vereenvoudigd voorbeeld. Het werkelijke nettobedrag hangt af van uw persoonlijke situatie, waaronder heffingskortingen, ander inkomen, premies en de exacte herrekenmethode die uw werkgever hanteert. Gebruik dit voorbeeld niet als basis voor financiële beslissingen.
Bij hogere transitievergoedingen kan een groter deel van uw totale inkomen in de hoogste schijf (49,50%) terechtkomen, waardoor het effectieve belastingpercentage over de vergoeding stijgt. Het maximale tarief in box 1 is 49,50% — hoger wordt het niet. Een transitievergoeding van € 50.000 bruto kan bij een modaal jaarloon resulteren in een nettobedrag van circa € 25.000 – € 32.000, afhankelijk van het totale jaarinkomen en de toepasselijke schijf.
Verschil bruto en netto kan groot zijn
Houd er bij onderhandelingen over uw ontslagvergoeding altijd rekening mee dat het nettobedrag aanzienlijk lager is dan het brutobedrag. Een vergoeding van € 30.000 bruto kan netto slechts € 15.000 – € 19.000 opleveren. Laat uw vaststellingsovereenkomst controleren door onze juristen, zodat u precies weet waar u aan toe bent — op werkdagen ontvangt u binnen 1 uur reactie.
Invloed op toeslagen
Een aspect dat vaak over het hoofd wordt gezien, is de invloed van de transitievergoeding op inkomensafhankelijke regelingen en toeslagen. Omdat de transitievergoeding bij uw jaarinkomen wordt opgeteld, kan dit gevolgen hebben voor de toeslagen die u ontvangt.
Zorgtoeslag
De zorgtoeslag is inkomensafhankelijk. Door de transitievergoeding stijgt uw toetsingsinkomen in het jaar van uitbetaling, waardoor u mogelijk (gedeeltelijk) uw recht op zorgtoeslag verliest. De inkomensgrenzen voor zorgtoeslag worden jaarlijks vastgesteld door de overheid. Indien uw toetsingsinkomen de grens overschrijdt, vervalt uw aanspraak op zorgtoeslag in dat jaar.
Huurtoeslag
Ook de huurtoeslag is gekoppeld aan uw toetsingsinkomen. Een transitievergoeding kan ervoor zorgen dat uw inkomen boven de inkomensgrens voor huurtoeslag uitkomt. Het gevolg is dat u in het jaar van uitbetaling minder of geen huurtoeslag ontvangt. In het daaropvolgende jaar — als de transitievergoeding niet meer meetelt — kunt u doorgaans weer aanspraak maken op huurtoeslag.
Kindgebonden budget
Het kindgebonden budget wordt eveneens bepaald op basis van uw toetsingsinkomen. Een hogere vergoeding kan leiden tot een lager kindgebonden budget of volledig verlies daarvan in het betreffende jaar. Met name voor gezinnen met kinderen kan dit een aanzienlijk financiële tegenvaller zijn.
Kinderopvangtoeslag
De hoogte van de kinderopvangtoeslag is mede afhankelijk van uw inkomen. Een hoger inkomen leidt tot een lager toeslagpercentage. Let er bovendien op dat u na ontslag mogelijk niet meer voldoet aan de voorwaarde dat u werkt of een re-integratietraject volgt. Dit kan los van de inkomenseffecten tot verlies van kinderopvangtoeslag leiden.
Tijdelijk effect
Het effect op toeslagen is in principe beperkt tot het kalenderjaar waarin de transitievergoeding wordt uitbetaald. In het jaar daarna telt de vergoeding niet meer mee voor uw toetsingsinkomen. Desondanks kan het financiële nadeel in dat ene jaar aanzienlijk zijn, zeker als u meerdere toeslagen ontvangt. Houd hier rekening mee bij het beoordelen van uw totale ontslagvergoeding.
Terugvordering van toeslagen
Als u gedurende het jaar toeslagen ontvangt op basis van een geschat inkomen, maar uw werkelijke inkomen (inclusief transitievergoeding) hoger uitvalt, kan de Belastingdienst de te veel betaalde toeslagen terugvorderen. Dit kan tot onverwachte financiële problemen leiden. Geef een wijziging in uw inkomen daarom zo snel mogelijk door aan de Belastingdienst via Mijn Toeslagen, zodat uw voorschotten worden aangepast.
Transitievergoeding spreiden over meerdere jaren?
Een veelgestelde vraag is of de transitievergoeding kan worden gespreid over meerdere jaren, zodat de belastingdruk wordt verlaagd en de invloed op toeslagen wordt beperkt. Het antwoord is in de meeste gevallen: nee, dit is niet mogelijk.
De werkgever is op grond van artikel 7:673 lid 1 BW in beginsel verplicht de transitievergoeding binnen één maand na het einde van de arbeidsovereenkomst te betalen. In de praktijk kan hiervan worden afgeweken, bijvoorbeeld als in de vaststellingsovereenkomst een andere betalingstermijn is overeengekomen, als sprake is van een betalingsregeling wegens financiële moeilijkheden van de werkgever, of in geval van een gerechtelijke procedure over de hoogte van de vergoeding.
In theorie zouden werknemer en werkgever onderling kunnen afspreken om de transitievergoeding in termijnen te betalen. Dit brengt echter de volgende risico's en nadelen met zich mee:
- Geen wettelijke basis: de wet voorziet niet in gespreide betaling van de transitievergoeding. Een dergelijke afspraak rust volledig op de contractuele bereidheid van de werkgever.
- Faillissementsrisico: als de werkgever failliet gaat voordat alle termijnen zijn betaald, loopt u het risico een deel van uw vergoeding mis te lopen.
- Fiscale beoordeling: als een gespreide betaling uitsluitend is ingegeven door het behalen van een fiscaal voordeel en geen zakelijke grondslag heeft, kan de Belastingdienst de constructie corrigeren. Een oprechte betalingsregeling vanwege betalingsonmacht van de werkgever is echter geen belastingontwijking.
- Werkgever bepaalt: het moment van uitbetaling wordt in de praktijk bepaald door de werkgever, die doorgaans geen belang heeft bij een gespreide betaling.
Als de einddatum van uw dienstverband aan het einde van een kalenderjaar valt, kan het in sommige gevallen gunstig zijn om de uitbetaling net na de jaarwisseling te laten plaatsvinden. Dit heeft als effect dat de vergoeding meetelt in het nieuwe belastingjaar, waarin u mogelijk een lager inkomen heeft. Dit vereist echter de medewerking van uw werkgever en moet schriftelijk worden vastgelegd.
Stamrechtvrijstelling (afgeschaft)
Tot 1 januari 2014 bestond de mogelijkheid om een ontslagvergoeding onder te brengen in een stamrecht. Dit was een fiscaal gunstige constructie waarbij de vergoeding niet direct werd belast, maar werd gestort in een stamrecht-B.V., een stamrechtverzekering, een stamrecht bij een bank of een stamrechtspaarrekening. De belastingheffing werd dan uitgesteld tot het moment waarop u periodieke uitkeringen uit het stamrecht ontving.
Deze stamrechtvrijstelling is per 1 januari 2014 volledig afgeschaft. Sindsdien is het niet meer mogelijk om een transitievergoeding of andere ontslagvergoeding fiscaal gefaciliteerd in een stamrecht onder te brengen. Elke ontslagvergoeding die u nu ontvangt, wordt direct en volledig belast.
Bestaande stamrechten
Als u vóór 2014 al een stamrecht had, vallen de uitkeringen daaruit nog onder het overgangsrecht. Deze stamrechten mogen onder voorwaarden worden voortgezet. Dit is echter alleen relevant als u in het verleden een ontslagvergoeding in een stamrecht heeft ondergebracht — voor nieuwe transitievergoedingen is de stamrechtvrijstelling niet meer van toepassing.
Kosten die in mindering mogen worden gebracht
De werkgever mag onder bepaalde voorwaarden kosten in mindering brengen op de transitievergoeding. Dit is geregeld in artikel 7:673 lid 6 BW en nader uitgewerkt in het Besluit voorwaarden in mindering brengen kosten op transitievergoeding. Er worden twee categorieën kosten onderscheiden:
1. Transitiekosten
Dit zijn kosten die de werkgever heeft gemaakt om de werknemer te begeleiden naar ander werk. Denk aan:
- Outplacementkosten
- Scholingskosten gericht op een andere functie buiten de organisatie
- Kosten van een langere opzegtermijn dan wettelijk vereist, mits de werknemer tijdens die periode is vrijgesteld van werk
2. Inzetbaarheidskosten
Dit zijn kosten die de werkgever tijdens het dienstverband heeft gemaakt om de bredere inzetbaarheid van de werknemer te vergroten. Denk aan:
- Opleidingen en cursussen die niet direct verband houden met de huidige functie
- Coördinator- of coach-trainingen ter verbreding van het competentieprofiel
Strenge voorwaarden
De werkgever mag deze kosten alleen in mindering brengen als aan strikte voorwaarden is voldaan. De hoofdregel is dat de werknemer vooraf schriftelijk heeft ingestemd met het in mindering brengen van de specifieke kosten op een eventuele toekomstige transitievergoeding. In sommige gevallen kan instemming echter ook voortvloeien uit een toepasselijke cao of een collectieve regeling met de ondernemingsraad. Controleer of uw werkgever hier terecht een beroep op doet. Twijfelt u? Laat uw vaststellingsovereenkomst controleren — op werkdagen ontvangt u binnen 1 uur reactie.
Tips voor fiscale optimalisatie
Hoewel de mogelijkheden om belasting over de transitievergoeding te beperken beperkt zijn, zijn er wel een aantal aandachtspunten waarmee u het netto resultaat kunt optimaliseren.
1. Juridische kosten in de VSO opnemen
Als uw werkgever de kosten voor juridisch advies rechtstreeks aan uw jurist of advocaat betaalt (in plaats van aan u), kan dit bedrag onder voorwaarden buiten de loonheffing blijven. Voorwaarde is dat de betaling een zakelijk karakter heeft en niet als verkapt loon kan worden aangemerkt. Het is daarom fiscaal gunstiger om in de vaststellingsovereenkomst een aparte vergoeding voor juridische kosten op te nemen, die de werkgever direct aan uw juridisch adviseur overmaakt. Wordt het bedrag aan u uitbetaald, dan is het in beginsel wél belast loon.
2. Outplacementbudget
Een outplacementtraject dat door de werkgever wordt aangeboden en betaald, kan voor de werknemer onbelast zijn als het voldoet aan de voorwaarden van de gerichte vrijstelling in de werkkostenregeling (WKR). Dit vereist onder meer dat het traject is gericht op het vinden van een nieuwe baan en wordt uitgevoerd door een erkende aanbieder. Voldoet het traject niet aan de voorwaarden, dan kan de Belastingdienst het bedrag alsnog als loon aanmerken. Het is daarom verstandig om in de onderhandeling over uw ontslagpakket te vragen om een outplacementbudget, in plaats van dit bedrag toe te voegen aan de bruto ontslagvergoeding.
3. Scholingsbudget
Vergelijkbaar met outplacement kan een scholingsbudget dat de werkgever rechtstreeks besteedt aan een opleiding voor u, onder voorwaarden onder de gerichte vrijstelling van de WKR vallen. Voorwaarde is dat de opleiding is gericht op het verwerven van kennis en vaardigheden voor het beroep of de arbeidsmarkt. Niet elke opleiding kwalificeert automatisch. Dit is met name interessant als u zich wilt omscholen of bijscholen voor een nieuwe functie.
4. Timing van de uitbetaling
Zoals eerder besproken kan de timing van de uitbetaling invloed hebben op de belastingdruk. Als u in het ene jaar een volledig salaris heeft ontvangen en de transitievergoeding daar bovenop komt, kan de belastingdruk hoger zijn dan wanneer de vergoeding wordt uitbetaald in een jaar waarin u een lager inkomen heeft. Bespreek met uw werkgever of een gunstigere einddatum mogelijk is.
5. Aftrekposten benutten
In het jaar waarin u de transitievergoeding ontvangt, is uw inkomen hoger dan gebruikelijk. Aftrekposten kunnen in dat jaar meer effect hebben op uw belastingdruk. Houd er wel rekening mee dat voor bepaalde aftrekposten (zoals hypotheekrenteaftrek) een maximaal aftrekpercentage geldt dat lager kan zijn dan uw marginale tarief. Desondanks kunnen de volgende posten relevant zijn:
- Hypotheekrente: de aftrek hiervan is meer waard bij een hoger inkomen.
- Giften aan ANBI-instellingen: als u van plan was een gift te doen, kan het fiscaal voordelig zijn om dit in het jaar van de transitievergoeding te doen.
- Specifieke zorgkosten: als u hoge medische kosten heeft die boven de drempel uitkomen, zijn deze aftrekbaar.
Professioneel advies
De fiscale situatie rond een ontslagvergoeding is afhankelijk van uw persoonlijke omstandigheden. Bij een hoge transitievergoeding kan het verstandig zijn om naast juridisch advies ook een belastingadviseur te raadplegen. Zo voorkomt u verrassingen bij uw aangifte inkomstenbelasting.
Veelgestelde vragen over belasting en transitievergoeding
Hoeveel belasting betaal ik over mijn transitievergoeding?
Dat hangt af van uw totale jaarinkomen. De transitievergoeding wordt belast in box 1 van de inkomstenbelasting. Uw werkgever houdt loonheffing in op basis van het bijzonder tarief, dat wordt bepaald aan de hand van uw jaarloon uit het voorgaande jaar. Het effectieve belastingpercentage kan variëren van circa 37% tot 49,50%, afhankelijk van de belastingschijf waarin u valt. Bij de definitieve aangifte inkomstenbelasting wordt de daadwerkelijke belasting berekend.
Is er een belastingvrij deel van de transitievergoeding?
Nee. De volledige transitievergoeding is belast. Er bestaat geen belastingvrije voet, geen vrijstelling en geen verminderd tarief voor ontslagvergoedingen. De stamrechtvrijstelling, waarmee dit vroeger mogelijk was, is per 1 januari 2014 afgeschaft.
Kan ik de transitievergoeding spreiden over meerdere jaren?
In principe niet. De werkgever is wettelijk verplicht om de transitievergoeding binnen één maand na het einde van de arbeidsovereenkomst te betalen. Een gespreide betaling is alleen mogelijk als beide partijen dit overeenkomen, maar dit brengt risico's met zich mee (onder andere faillissementsrisico en mogelijke fiscale herziening door de Belastingdienst).
Heeft de transitievergoeding invloed op mijn toeslagen?
Ja. De transitievergoeding telt mee als inkomen in het jaar van uitbetaling. Hierdoor stijgt uw toetsingsinkomen, wat kan leiden tot verlies of verlaging van zorgtoeslag, huurtoeslag, kindgebonden budget en kinderopvangtoeslag. Dit effect is in principe beperkt tot het kalenderjaar van uitbetaling.
Kan ik belasting terugkrijgen over mijn transitievergoeding?
Dat is mogelijk. Als de loonheffing die uw werkgever heeft ingehouden hoger is dan de werkelijk verschuldigde inkomstenbelasting, ontvangt u het verschil terug via uw aangifte inkomstenbelasting. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn als u in het jaar van uitbetaling een lager totaalinkomen had dan het jaarloon waarop het bijzonder tarief was gebaseerd.
Wat is het verschil tussen bruto en netto transitievergoeding?
Het brutobedrag is het bedrag dat in uw arbeidsovereenkomst, vaststellingsovereenkomst of ontslagbrief wordt vermeld. Het nettobedrag is wat u daadwerkelijk op uw bankrekening ontvangt, na aftrek van loonheffing (loonbelasting en premies volksverzekeringen). Het verschil kan 37% tot 49,50% bedragen, afhankelijk van uw belastingschijf.
Zijn de kosten van een jurist aftrekbaar bij mijn aangifte?
De aftrekbaarheid van juridische kosten bij de aangifte inkomstenbelasting is beperkt. Kosten voor juridisch advies bij ontslag zijn in beginsel niet als zodanig aftrekbaar in de aangifte. Het is daarom fiscaal veel gunstiger om in uw vaststellingsovereenkomst een bepaling op te nemen waarin de werkgever de juridische kosten rechtstreeks aan uw jurist betaalt. Op die manier vormt dit bedrag geen belast inkomen voor u.
Gratis VSO-controle door onze juristen
Heeft u een vaststellingsovereenkomst ontvangen en wilt u weten of de aangeboden transitievergoeding redelijk is? Upload uw VSO en onze juristen controleren deze kosteloos. Op werkdagen ontvangt u binnen 1 uur reactie met een helder advies over uw vergoeding, de fiscale gevolgen en uw mogelijkheden.