Wanneer heeft u recht op transitievergoeding?
De transitievergoeding is een wettelijke ontslagvergoeding waar u als werknemer in veel gevallen recht op heeft wanneer uw werkgever het dienstverband beëindigt. Sinds de invoering van de Wet arbeidsmarkt in balans (WAB) op 1 januari 2020 bouwt u in beginsel vanaf de eerste werkdag recht op een transitievergoeding op — er geldt geen minimale diensttijd meer. Toch zijn er belangrijke uitzonderingen, zoals ontslag in de proeftijd, ernstig verwijtbaar handelen door de werknemer of faillissement van de werkgever. In dit artikel leest u precies in welke gevallen u wel en niet in aanmerking komt, welke bijzondere situaties er bestaan en hoe u uw transitievergoeding kunt vorderen.
Inhoudsopgave
Wettelijke basis: artikel 7:673 BW
Het recht op transitievergoeding is vastgelegd in artikel 7:673 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Dit artikel bepaalt dat de werkgever aan de werknemer een transitievergoeding verschuldigd is indien de arbeidsovereenkomst door de werkgever is opgezegd, op verzoek van de werkgever door de kantonrechter is ontbonden, of na een tijdelijk contract niet op initiatief van de werknemer is voortgezet.
De transitievergoeding is ingevoerd met de Wet werk en zekerheid (Wwz) in 2015 en verving de destijds geldende kantonrechtersformule. Met de invoering van de Wet arbeidsmarkt in balans (WAB) op 1 januari 2020 is het recht op transitievergoeding aanzienlijk uitgebreid: waar u voorheen minimaal twee jaar in dienst moest zijn, bouwt u sinds de WAB in beginsel al vanaf de eerste werkdag recht op een transitievergoeding op bij ontslag (met uitzondering van onder meer ontslag in de proeftijd en ernstig verwijtbaar handelen door de werknemer — zie hieronder).
Hoogte van de transitievergoeding
De transitievergoeding bedraagt 1/3 bruto maandsalaris per dienstjaar. Dit wordt berekend over de feitelijke duur van het dienstverband, dus ook over onvolledige dienstjaren ontvangt u een evenredig deel. In 2025 bedraagt het wettelijk maximum € 98.000 bruto, of één bruto jaarsalaris als dat hoger is. Dit maximum wordt jaarlijks geïndexeerd. Wilt u weten hoe hoog uw transitievergoeding precies is? Lees dan ons artikel over de hoogte van de transitievergoeding.
Situaties waarin u wél recht heeft op transitievergoeding
Hieronder vindt u een overzicht van alle situaties waarin u als werknemer recht heeft op een transitievergoeding. Het uitgangspunt is helder: wanneer het dienstverband op initiatief van de werkgever eindigt, heeft u in principe recht op deze vergoeding.
1. Opzegging door de werkgever
Wanneer uw werkgever de arbeidsovereenkomst opzegt — bijvoorbeeld na het verkrijgen van een ontslagvergunning van het UWV bij bedrijfseconomisch ontslag of langdurige arbeidsongeschiktheid — heeft u recht op de transitievergoeding. Dit geldt ongeacht de duur van uw dienstverband. De werkgever is verplicht de transitievergoeding uiterlijk één maand na het einde van de arbeidsovereenkomst aan u te betalen.
2. Ontbinding door de kantonrechter op verzoek van de werkgever
Als de kantonrechter de arbeidsovereenkomst ontbindt op verzoek van uw werkgever, heeft u eveneens recht op de transitievergoeding. Dit kan het geval zijn bij disfunctioneren (artikel 7:669 lid 3 sub d BW), een verstoorde arbeidsverhouding (sub g), bij verwijtbaar handelen van de werknemer (sub e) of een combinatie van ontslaggronden (de zogenoemde i-grond). Let op het onderscheid: bij “gewoon” verwijtbaar handelen (sub e) heeft u in principe wél recht op de transitievergoeding. Alleen bij ernstig verwijtbaar handelen kan de rechter op grond van artikel 7:673 lid 7 sub c BW beslissen dat u géén transitievergoeding ontvangt. Die lat ligt hoog. Bij ontbinding op de i-grond kan de rechter bovendien een aanvullende vergoeding toekennen van maximaal 50% van de transitievergoeding.
3. Niet verlengen van een tijdelijk contract door de werkgever
Als uw werkgever uw arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd niet verlengt, heeft u recht op een transitievergoeding. Dit geldt ook als het contract van rechtswege eindigt (afloop bepaalde tijd) en de werkgever ervoor kiest om geen nieuw contract aan te bieden. Sinds de WAB geldt dit al vanaf het eerste tijdelijke contract, dus zelfs als u slechts enkele maanden in dienst bent geweest, heeft u recht op een evenredig deel van de transitievergoeding.
Voorbeeld: kort tijdelijk contract
Stel, u heeft een halfjaarcontract gehad met een bruto maandsalaris van € 3.000 (exclusief vakantietoeslag). Uw werkgever verlengt het contract niet. Wettelijk wordt de transitievergoeding op dagbasis berekend: het aantal kalenderdagen gedeeld door 365, vermenigvuldigd met 1/3 bruto maandsalaris (inclusief vakantietoeslag). Bij een contract van precies 182 dagen komt dit neer op: 182/365 × 1/3 × € 3.240 (incl. 8% vakantietoeslag) = circa € 538 bruto. Hoewel het bedrag relatief beperkt is, is het wel degelijk een wettelijk recht dat u kunt vorderen.
4. Ontbinding op verzoek van de werknemer bij ernstig verwijtbaar handelen werkgever
Normaal gesproken heeft u geen recht op een transitievergoeding als u zelf de arbeidsovereenkomst laat ontbinden. Er geldt echter een belangrijke uitzondering: wanneer de ontbinding het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever, heeft u op grond van artikel 7:673 lid 1 sub b BW wél recht op de transitievergoeding. Denk hierbij aan situaties zoals grove schending van re-integratieverplichtingen, discriminatie, seksuele intimidatie, structureel niet-betalen van loon, of het creëren van een onwerkbare situatie door de werkgever.
In dergelijke gevallen kan de kantonrechter bovendien een billijke vergoeding toekennen bovenop de transitievergoeding. De hoogte daarvan hangt af van de omstandigheden van het geval en kan aanzienlijk hoger zijn dan de transitievergoeding alleen.
5. Na twee jaar ziekte
Wanneer u langer dan twee jaar (104 weken) ziek bent, mag uw werkgever de arbeidsovereenkomst beëindigen via het UWV. Ook in dit geval heeft u in principe recht op de transitievergoeding. De algemene uitzonderingen blijven echter ook bij ziekte van toepassing: bij ernstig verwijtbaar handelen door de werknemer (bijvoorbeeld structurele weigering van re-integratie zonder geldige reden) of bij faillissement van de werkgever kan het recht op de transitievergoeding vervallen. Dit recht is verder bevestigd door de Hoge Raad in de bekende Xella-beschikking van 8 november 2019 (ECLI:NL:HR:2019:1734).
De Hoge Raad oordeelde in de Xella-beschikking dat een werkgever op verzoek van de werknemer in beginsel moet meewerken aan beëindiging van het zogenoemde slapende dienstverband, onder betaling van de transitievergoeding. Werkgevers die het dienstverband na twee jaar ziekte in stand hielden om de transitievergoeding te vermijden, handelen volgens de Hoge Raad in strijd met goed werkgeverschap. De Hoge Raad formuleerde echter een uitzondering: de werkgever hoeft niet mee te werken als hij een gerechtvaardigd belang heeft bij instandhouding van het dienstverband — bijvoorbeeld een reëel uitzicht op herstel van de werknemer of concrete re-integratiemogelijkheden.
Compensatieregeling werkgevers (artikel 7:673e BW)
Werkgevers die na twee jaar ziekte een transitievergoeding betalen, kunnen op grond van de Regeling compensatie transitievergoeding een vergoeding aanvragen bij het UWV. De werkgever krijgt dan (een deel van) de betaalde transitievergoeding gecompenseerd. Dit is een belangrijke reden waarom u niet hoeft te accepteren dat uw werkgever het dienstverband slapend houdt.
6. Opzegging door werknemer wegens ernstig verwijtbaar handelen werkgever
Ook wanneer u als werknemer zelf opzegt, kunt u in uitzonderlijke gevallen recht hebben op de transitievergoeding. Dit is het geval wanneer uw opzegging het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever (artikel 7:673 lid 1 sub b BW). Denk aan situaties waarin u geen andere keuze had dan ontslag nemen, bijvoorbeeld wegens aantoonbaar pestgedrag, structurele niet-nakoming van de arbeidsovereenkomst of ernstige schending van uw arbeidsomstandigheden.
Situaties waarin u géén recht heeft op transitievergoeding
De wet noemt ook een aantal situaties waarin u als werknemer géén recht heeft op een transitievergoeding. Het is belangrijk om deze uitzonderingen te kennen, zodat u weet waar u aan toe bent.
1. Zelf ontslag nemen
Als u zelf de arbeidsovereenkomst opzegt, heeft u in principe geen recht op een transitievergoeding. De wet gaat ervan uit dat de transitievergoeding bedoeld is als compensatie voor het verlies van werk dat niet op uw initiatief plaatsvindt. Zoals hierboven beschreven, geldt er een uitzondering wanneer uw opzegging het directe gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen door uw werkgever.
Let op bij druk om zelf op te zeggen
Sommige werkgevers oefenen druk uit op werknemers om zelf ontslag te nemen, juist om de transitievergoeding te omzeilen. Ga hier niet in mee. Zolang u niet zelf opzegt, behoudt u uw recht op een transitievergoeding en eventuele WW-uitkering. Heeft u een vaststellingsovereenkomst ontvangen? Laat deze gratis controleren door onze juristen — op werkdagen binnen 1 uur reactie.
2. Ontslag tijdens de proeftijd
Bij ontslag tijdens de proeftijd heeft u geen recht op een transitievergoeding. Artikel 7:673 lid 1 BW spreekt immers van opzegging van de arbeidsovereenkomst, en de proeftijdopzegging valt hierbuiten op grond van artikel 7:676 BW. Dit geldt zowel wanneer de werkgever het dienstverband in de proeftijd beëindigt als wanneer u dit zelf doet. De proeftijd bedraagt maximaal één maand bij contracten tot twee jaar en maximaal twee maanden bij contracten voor onbepaalde tijd of contracten van twee jaar of langer.
3. Ernstig verwijtbaar handelen door de werknemer
Wanneer het einde van de arbeidsovereenkomst het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer, is de werkgever op grond van artikel 7:673 lid 7 sub c BW geen transitievergoeding verschuldigd. Denk hierbij aan diefstal, fraude, herhaaldelijk niet-nakomen van re-integratieverplichtingen ondanks schriftelijke waarschuwingen, het structureel weigeren van redelijke werkinstructies, of werkweigering zonder geldige reden.
Let op: de lat voor “ernstig verwijtbaar” ligt hoog. Gewoon verwijtbaar handelen is niet voldoende — het moet gaan om uitzonderlijke gevallen waarin de werknemer een ernstig verwijt kan worden gemaakt. Bovendien kan de kantonrechter op grond van artikel 7:673 lid 8 BW alsnog (een deel van) de transitievergoeding toekennen als het niet toekennen naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn bij een lang dienstverband waarin de werknemer altijd goed heeft gefunctioneerd.
4. Bereiken van de AOW-leeftijd
Wanneer de arbeidsovereenkomst eindigt in verband met of na het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd (of een pensioengerechtigde leeftijd die in de arbeidsovereenkomst of cao is overeengekomen), is geen transitievergoeding verschuldigd (artikel 7:673 lid 7 sub b BW). De achterliggende gedachte van de wetgever is dat de transitievergoeding bedoeld is als compensatie voor het verlies van inkomen en als ondersteuning bij het vinden van nieuw werk. Bij het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd is daar volgens de wetgever minder noodzaak voor, omdat de werknemer recht heeft op een AOW-uitkering.
5. Werknemer jonger dan 18 jaar met maximaal 12 uur per week
Op grond van artikel 7:673 lid 7 sub d BW is geen transitievergoeding verschuldigd bij beëindiging van de arbeidsovereenkomst met een werknemer die jonger is dan 18 jaar en gemiddeld maximaal 12 uur per week werkte. Dit betreft typisch kleine bijbanen van scholieren. Zodra de werknemer gemiddeld meer dan 12 uur per week werkt of 18 jaar of ouder wordt, ontstaat wel het recht op transitievergoeding.
6. Faillissement, surseance van betaling of schuldsanering
Wanneer uw werkgever failliet is verklaard, surseance van betaling heeft verkregen of wanneer de schuldsaneringsregeling van toepassing is, is op grond van artikel 7:673c BW géén transitievergoeding verschuldigd. Juridisch gezien bestaat het recht op de transitievergoeding in die situatie formeel niet — de curator of bewindvoerder kan de arbeidsovereenkomst opzeggen zonder dat een transitievergoeding verschuldigd is. Dit is een bewuste keuze van de wetgever om de boedel niet verder te belasten. De vordering kan wel als concurrente vordering worden ingediend in het faillissement, maar in de praktijk is er zelden voldoende boedel om enige uitkering te doen.
Dreigend faillissement
Als uw werkgever aangeeft dat een faillissement dreigt en u daarom een vaststellingsovereenkomst aanbiedt, is waakzaamheid geboden. Zolang het faillissement niet daadwerkelijk is uitgesproken, heeft u wél recht op de transitievergoeding. Laat u adviseren voordat u tekent — soms wordt de dreiging van faillissement gebruikt als onderhandelingstactiek. Laat uw VSO gratis controleren door onze juristen.
Bijzondere situaties
Naast de hierboven beschreven standaardsituaties bestaan er bijzondere omstandigheden die van invloed zijn op uw recht op transitievergoeding. Hieronder bespreken wij de belangrijkste.
Opvolgend werkgeverschap
Bij opvolgend werkgeverschap (artikel 7:673 lid 4 BW) tellen eerdere dienstverbanden mee voor de berekening van de transitievergoeding. Hiervan is sprake wanneer u achtereenvolgens bij verschillende werkgevers werkt die redelijkerwijs als elkaars opvolger beschouwd moeten worden. Dit komt voor bij overname van een bedrijf, fusies, of wanneer u via een uitzendbureau werkt en vervolgens in dienst treedt bij de inlener. De voorwaarde is dat het werk dat u verricht wezenlijk hetzelfde is gebleven. De volledige duur van de opeenvolgende dienstverbanden telt dan mee bij het berekenen van de transitievergoeding.
Ketenregeling en opeenvolgende contracten
Op grond van de ketenregeling (artikel 7:668a BW) mogen werkgevers maximaal drie opeenvolgende tijdelijke contracten aanbieden in een periode van maximaal drie jaar. Bij het vierde contract of na overschrijding van de driejaarstermijn ontstaat automatisch een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Als de werkgever ervoor kiest om na het laatste toegestane tijdelijke contract geen verlenging aan te bieden, heeft u recht op een transitievergoeding die wordt berekend over de totale duur van alle opeenvolgende contracten. De tussenpoos tussen contracten mag niet meer dan zes maanden bedragen om als opeenvolgend te gelden.
Payrollwerknemers
Sinds de invoering van de WAB op 1 januari 2020 hebben payrollwerknemers dezelfde rechten als werknemers die rechtstreeks bij de inlener in dienst zijn, inclusief het recht op transitievergoeding. De payrollwerkgever is de formele werkgever en is daarmee verantwoordelijk voor de betaling van de transitievergoeding. Let op: het moet gaan om een echte payrollconstructie in de zin van artikel 7:692 BW (de allocatiefunctie ontbreekt). Bij regulier uitzendwerk gelden andere regels en kan de berekening van de dienstjaren afwijken. De kwalificatie als payrollovereenkomst is in de praktijk regelmatig onderwerp van discussie.
Gedeeltelijk ontslag
Bij een substantiele en structurele vermindering van de arbeidsduur kan er sprake zijn van een gedeeltelijke transitievergoeding. De Hoge Raad heeft in de Kolom-beschikking (ECLI:NL:HR:2018:1617) bepaald dat een werknemer bij structureel urenverlies recht kan hebben op een transitievergoeding naar rato. De Hoge Raad noemde als richtlijn een vermindering van minimaal 20% van de arbeidsduur, maar dit is geen harde wettelijke grens — het betreft een door de rechtspraak ontwikkeld criterium dat in bijzondere omstandigheden anders kan uitvallen. Dit is relevant bij geëindigd deeltijdontslag, maar ook bij herplaatsing in een functie met aanzienlijk minder uren.
Transitievergoeding en de vaststellingsovereenkomst
Een veel voorkomende vraag is of u recht heeft op een transitievergoeding wanneer u een vaststellingsovereenkomst (VSO) tekent. Het antwoord is genuanceerd. Bij een vaststellingsovereenkomst beëindigt u het dienstverband met wederzijds goedvinden. Strikt juridisch is er dan geen sprake van opzegging of ontbinding door de werkgever, waardoor er geen automatisch wettelijk recht op de transitievergoeding ontstaat.
In de praktijk wordt de transitievergoeding vaak als referentiepunt gehanteerd bij het bepalen van de ontslagvergoeding in een VSO. Veel werkgevers bieden het bedrag van de transitievergoeding aan als uitgangspunt, maar dit is geen vanzelfsprekendheid. Bij een zwakke onderhandelingspositie van de werknemer, bij kleine werkgevers of in bepaalde sectoren kan het aanbod ook lager uitvallen. Omgekeerd is er bij een sterke positie — bijvoorbeeld bij een zwakke ontslaggrond of verwijtbaar handelen door de werkgever — ruimte om een hogere vergoeding te bedingen. De uitkomst hangt af van uw onderhandelingspositie, de reden voor het ontslag en de specifieke omstandigheden.
VSO ontvangen? Laat deze controleren
Heeft u een vaststellingsovereenkomst ontvangen en wilt u weten of de aangeboden vergoeding redelijk is? Onze juristen controleren uw VSO gratis en adviseren u over de hoogte van de vergoeding en uw onderhandelingsmogelijkheden. Upload uw VSO en ontvang op werkdagen binnen 1 uur reactie.
Hoe claimt u uw transitievergoeding?
In veel gevallen betaalt de werkgever de transitievergoeding automatisch bij het einde van het dienstverband. De werkgever is verplicht om de transitievergoeding uiterlijk één maand na het einde van de arbeidsovereenkomst te voldoen. Als uw werkgever de transitievergoeding niet (volledig) betaalt, kunt u de volgende stappen ondernemen:
- Schriftelijke sommatie: stuur uw werkgever een schriftelijke brief (bij voorkeur aangetekend) waarin u aanspraak maakt op de transitievergoeding. Vermeld het exacte bedrag, de wettelijke grondslag (artikel 7:673 BW) en stel een redelijke betalingstermijn van veertien dagen.
- Wettelijke rente en verhoging: als de werkgever niet tijdig betaalt, heeft u recht op de wettelijke rente over de transitievergoeding (artikel 6:119 BW). Vermeld dit in uw sommatie.
- Verzoekschriftprocedure bij de kantonrechter: als de werkgever na de sommatie niet betaalt, kunt u een verzoekschriftprocedure starten bij de kantonrechter. De rechter kan de werkgever veroordelen tot betaling van de transitievergoeding, vermeerderd met de wettelijke rente en eventuele proceskosten.
- Juridische bijstand: het is verstandig om een jurist in te schakelen, zeker als er discussie bestaat over de hoogte of het recht op de transitievergoeding. Een jurist kan de berekening controleren en het verzoekschrift opstellen.
Bewaar alle documenten
Zorg ervoor dat u alle relevante documenten bewaart: uw arbeidsovereenkomst(en), loonstroken, de opzegbrief of ontbindingsbeschikking, en eventuele correspondentie met uw werkgever over de transitievergoeding. Deze documenten zijn essentieel als u uw aanspraak moet onderbouwen bij de kantonrechter.
Vervaltermijn: drie maanden
Een van de belangrijkste aandachtspunten bij de transitievergoeding is de vervaltermijn. Op grond van artikel 7:686a lid 4 BW vervalt uw recht om een verzoekschrift in te dienen bij de kantonrechter drie maanden na de dag waarop de arbeidsovereenkomst is geëindigd. Dit is een zogenoemde vervaltermijn, wat betekent dat deze niet kan worden gestuit (zoals bij een verjaringstermijn) en dat de rechter deze ambtshalve toetst.
Concreet betekent dit: als uw arbeidsovereenkomst op 1 maart eindigt, moet u uiterlijk op 31 mei een verzoekschrift bij de kantonrechter hebben ingediend. Doet u dit niet, dan verliest u definitief uw recht om de transitievergoeding via de rechter af te dwingen.
Drie maanden: een harde deadline
De vervaltermijn van drie maanden is strikt. In de rechtspraak zijn slechts in zeer uitzonderlijke omstandigheden doorbreking van deze termijn aanvaard, bijvoorbeeld wanneer de werkgever de werknemer opzettelijk heeft misleid over het bestaan van het recht. In de praktijk moet u ervan uitgaan dat de termijn hard is. Zelfs als u in onderhandeling bent met uw werkgever over de transitievergoeding, loopt de termijn gewoon door. Wacht daarom niet te lang en schakel tijdig juridische hulp in als uw werkgever niet wil betalen. Het indienen van een verzoekschrift voorkomt dat u uw rechten verliest, ook als u nog in gesprek bent.
Vervaltermijn bij een slapend dienstverband
Bij een slapend dienstverband na twee jaar ziekte ligt de situatie anders. De vervaltermijn van drie maanden begint pas te lopen op het moment dat de arbeidsovereenkomst daadwerkelijk eindigt. Zolang het dienstverband slapend wordt voortgezet, is de termijn nog niet gaan lopen. U kunt in dat geval een verzoek indienen bij de kantonrechter om de werkgever te verplichten mee te werken aan beëindiging onder toekenning van de transitievergoeding, conform de eerder genoemde Xella-beschikking.
Veelgestelde vragen over het recht op transitievergoeding
Heb ik recht op transitievergoeding bij een tijdelijk contract?
Ja. Sinds 1 januari 2020 heeft u als werknemer recht op een transitievergoeding vanaf de eerste werkdag, ook bij een tijdelijk contract. Wanneer uw werkgever besluit het contract niet te verlengen, moet hij de transitievergoeding betalen. De hoogte wordt berekend over de feitelijke duur van het dienstverband: 1/3 bruto maandsalaris per gewerkt jaar, naar rato berekend voor onvolledige jaren.
Heb ik recht op transitievergoeding als ik zelf ontslag neem?
In principe niet. Wanneer u zelf de arbeidsovereenkomst opzegt, heeft u geen recht op een transitievergoeding. Er geldt één uitzondering: als uw ontslag het directe gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten door uw werkgever. Denk aan discriminatie, structureel niet-betalen van loon of het creëren van een onwerkbare situatie. In dat geval kunt u via de kantonrechter alsnog aanspraak maken op de transitievergoeding.
Krijg ik transitievergoeding bij ontslag op staande voet?
Bij een rechtsgeldig ontslag op staande voet wegens ernstig verwijtbaar handelen heeft u in principe geen recht op een transitievergoeding. De kantonrechter kan echter op grond van artikel 7:673 lid 8 BW alsnog (een deel van) de transitievergoeding toekennen als het volledig onthouden ervan naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn. Bovendien: als u het ontslag op staande voet aanvecht en de rechter oordeelt dat het ontslag niet rechtsgeldig was, heeft u wel recht op de transitievergoeding.
Heb ik recht op transitievergoeding bij een vaststellingsovereenkomst?
Bij een vaststellingsovereenkomst (VSO) beëindigt u het dienstverband met wederzijds goedvinden. Juridisch gezien ontstaat er dan geen automatisch recht op de wettelijke transitievergoeding. In de praktijk wordt de transitievergoeding vaak als referentiepunt gehanteerd, maar de uiteindelijke vergoeding hangt af van uw onderhandelingspositie. Laat uw VSO altijd gratis controleren om te beoordelen of de aangeboden vergoeding redelijk is.
Wat gebeurt er als mijn werkgever failliet gaat?
Bij faillissement van uw werkgever is op grond van artikel 7:673c BW géén transitievergoeding verschuldigd. De vordering kan wel als concurrente vordering worden ingediend in het faillissement, maar in de praktijk is er zelden voldoende boedel om enige uitkering te doen. Het UWV neemt bij faillissement bepaalde betalingsverplichtingen over (zoals achterstallig loon en vakantiegeld), maar de transitievergoeding valt hier niet onder.
Binnen welke termijn moet ik mijn transitievergoeding claimen?
U moet binnen drie maanden na het einde van de arbeidsovereenkomst een verzoekschrift indienen bij de kantonrechter als uw werkgever de transitievergoeding niet betaalt (artikel 7:686a lid 4 BW). Dit is een vervaltermijn die niet kan worden gestuit. Na het verstrijken van deze termijn verliest u definitief uw recht om de transitievergoeding via de rechter af te dwingen. Onderneem dus tijdig actie.
Heb ik na twee jaar ziekte recht op transitievergoeding?
Ja. Na twee jaar ziekte mag uw werkgever de arbeidsovereenkomst beëindigen, en u heeft dan volledig recht op de transitievergoeding. De Hoge Raad heeft in de Xella-beschikking (2019) geoordeeld dat werkgevers op verzoek van de werknemer moeten meewerken aan beëindiging van een slapend dienstverband, onder betaling van de transitievergoeding. Werkgevers kunnen hiervoor compensatie aanvragen bij het UWV.