Ziekte en re-integratie
Als u ziek wordt, zijn zowel u als uw werkgever verplicht om actief te werken aan uw terugkeer naar het werk. De Wet verbetering poortwachter (Wvp) schrijft gedetailleerd voor welke stappen u beiden moet zetten. In dit artikel leest u alles over de re-integratieverplichtingen, het plan van aanpak, eerste en tweede spoor, en de gevolgen als een van beide partijen niet meewerkt.
Inhoudsopgave
De Wet verbetering poortwachter
De Wet verbetering poortwachter (Wvp), ingevoerd in 2002, regelt de re-integratieverplichtingen van werkgever en werknemer tijdens de eerste twee ziektejaren. Het doel is om langdurig ziekteverzuim te voorkomen en werknemers zo snel mogelijk terug te laten keren naar het werk.
De Wvp is van groot belang: als werkgever of werknemer de verplichtingen niet nakomt, kan het UWV sancties opleggen bij de WIA-aanvraag na twee jaar ziekte.
Tijdlijn re-integratie: van week 1 tot week 104
Overzicht re-integratiestappen
- Week 1: ziekmelding bij werkgever
- Week 6: probleemanalyse door de bedrijfsarts
- Week 8: plan van aanpak opstellen (werkgever + werknemer)
- Regelmatig (in de praktijk vaak elke 6 weken): voortgangsgesprekken en bijstelling plan van aanpak
- Week 42: ziekmelding bij het UWV
- Week 52: eerstejaars evaluatie (opschudmoment)
- Week 87–88 (richtlijn): WIA-aanvraag voorbereiden. De aanvraag moet uiterlijk in week 93 bij het UWV binnen zijn.
- Week 91: eindevaluatie en re-integratieverslag opstellen
- Week 104: einde wachttijd, WIA-beoordeling door UWV
Verplichtingen van de werkgever
- Bedrijfsarts inschakelen — de werkgever moet een bedrijfsarts of arbodienst inschakelen voor de begeleiding.
- Plan van aanpak opstellen — op basis van de probleemanalyse van de bedrijfsarts stelt de werkgever samen met u een plan van aanpak op.
- Re-integratiemogelijkheden bieden — aangepast werk, andere taken, andere werktijden of een andere werkplek.
- Eerste én tweede spoor — als re-integratie bij de eigen werkgever niet mogelijk is, moet de werkgever re-integratie bij een andere werkgever faciliteren.
- Re-integratiedossier bijhouden — alle stappen, afspraken en evaluaties schriftelijk vastleggen.
- Loon doorbetalen — gedurende 104 weken minimaal 70% van het loon, tot maximaal het wettelijke maximum dagloon.
Verplichtingen van de werknemer
- Meewerken aan re-integratie — u moet actief meewerken aan uw herstel en terugkeer naar het werk.
- Passende arbeid verrichten — als de bedrijfsarts oordeelt dat u (gedeeltelijk) kunt werken, bent u verplicht passende arbeid te verrichten.
- Verschijnen bij de bedrijfsarts — u moet gehoor geven aan oproepen van de bedrijfsarts.
- Meewerken aan het plan van aanpak — u stelt het plan samen met uw werkgever op en werkt actief mee aan de uitvoering.
- Niet belemmeren van herstel — u moet zich onthouden van activiteiten waarvan de bedrijfsarts heeft geoordeeld dat deze uw herstel belemmeren. Wat wel en niet mag, hangt af van uw specifieke beperkingen en het oordeel van de bedrijfsarts.
Re-integratie eerste spoor
Eerste spoor is re-integratie bij uw eigen werkgever. Dit heeft altijd de voorkeur en omvat:
- Terugkeer in uw eigen functie (eventueel met aanpassingen)
- Aangepaste werkzaamheden of werktijden
- Een andere passende functie binnen de organisatie
- Scholing om u geschikt te maken voor een andere functie
Re-integratie tweede spoor
Als re-integratie bij de eigen werkgever niet (of niet voldoende) mogelijk is, moet de werkgever tweede spoor-re-integratie inzetten: re-integratie bij een andere werkgever. Tweede spoor is niet verplicht zolang er concreet uitzicht is op succesvolle terugkeer bij de eigen werkgever (eerste spoor) of als volledig herstel op korte termijn wordt verwacht. Wanneer tweede spoor wél aan de orde is, houdt dit in:
- Het inschakelen van een re-integratiebureau
- Sollicitatietraining en -begeleiding
- Netwerken en stages bij andere werkgevers
- Om- of bijscholing
De werkgever moet tweede spoor tijdig inzetten. Het UWV beoordeelt dit op basis van maatwerk: de eerstejaars evaluatie (week 52) geldt als richtmoment, maar afhankelijk van de situatie kan het eerder of later nodig zijn. Beslissend is of en wanneer duidelijk wordt dat eerste spoor onvoldoende perspectief biedt.
Sancties bij niet meewerken
Sancties voor de werkgever
Als het UWV bij de WIA-beoordeling na 104 weken oordeelt dat de werkgever onvoldoende re-integratie-inspanningen heeft geleverd, kan een loonsanctie worden opgelegd. De werkgever moet dan het loon maximaal één jaar langer doorbetalen (derde ziektejaar). Dit is een zware sanctie die werkgevers aanzet tot actieve re-integratie.
Sancties voor de werknemer
Als u als werknemer niet meewerkt aan uw re-integratie, kan de werkgever het loon opschorten (als u niet verschijnt bij de bedrijfsarts) of stopzetten (als u passende arbeid weigert). Pas bij structurele en ernstige weigering, na schriftelijke waarschuwingen, loonsancties en bij voorkeur een deskundigenoordeel van het UWV, en met voldoende dossieropbouw, kan de werkgever een ontbindingsverzoek indienen bij de kantonrechter op de e-grond (verwijtbaar handelen).
Het deskundigenoordeel
Bij geschillen over de re-integratie kunt u een deskundigenoordeel aanvragen bij het UWV. Dit is een onafhankelijk oordeel over:
- Of u wel of niet arbeidsongeschikt bent
- Of er passende arbeid beschikbaar is
- Of de re-integratie-inspanningen van werkgever of werknemer voldoende zijn
Aan het deskundigenoordeel zijn kosten verbonden, zowel voor werknemers als voor werkgevers. Raadpleeg de website van het UWV voor de actuele tarieven.
Conflict over re-integratie?
Als u het niet eens bent met uw werkgever of de bedrijfsarts over de re-integratie, laat uw situatie beoordelen. Onze juristen adviseren u gratis over uw rechten. U ontvangt op werkdagen binnen 1 uur reactie.
Vraag gratis advies aanPraktische tips
- Documenteer alles — bewaar alle correspondentie, verslagen en afspraken over uw re-integratie.
- Werk actief mee — ook als u het niet eens bent met de bedrijfsarts, werk mee aan de re-integratie en vraag ondertussen een deskundigenoordeel aan.
- Vraag een deskundigenoordeel aan bij twijfel — dit geeft u een onafhankelijk oordeel waarmee u sterker staat.
- Houd de tijdlijn in de gaten — zorg dat de stappen uit de Wet verbetering poortwachter op tijd worden gezet.
- Weiger niet zomaar passende arbeid — dit kan leiden tot loonstopzetting en uiteindelijk ontslag.
Veelgestelde vragen
Wat is passende arbeid?
Passende arbeid is werk dat aansluit bij uw krachten en bekwaamheden, rekening houdend met uw opleiding, ervaring, salarisniveau, reistijd en gezondheidssituatie. In het begin van de ziekte wordt strenger gekeken naar wat passend is. Naarmate de ziekte langer duurt, kan het begrip “passend” ruimer worden uitgelegd, maar dit is altijd afhankelijk van uw individuele omstandigheden en medische beperkingen.
Mag mijn werkgever mij dwingen om ander werk te doen?
Als de bedrijfsarts oordeelt dat u (gedeeltelijk) kunt werken en er passende arbeid beschikbaar is, bent u verplicht deze te verrichten. Het is geen kwestie van “dwingen” maar van een wettelijke verplichting. Als u het niet eens bent met het oordeel, vraag dan een deskundigenoordeel aan bij het UWV.
Wat is het verschil tussen loonopschorting en loonstopzetting?
Loonopschorting (artikel 7:629 lid 6 BW) is het tijdelijk inhouden van het loon totdat u uw verplichtingen nakomt (bijvoorbeeld verschijnen bij de bedrijfsarts). Het loon wordt met terugwerkende kracht uitbetaald zodra u meewerkt. Loonstopzetting (artikel 7:629 lid 3 BW) is definitief: het loon over de periode van weigering wordt niet meer nabetaald.
Wat als ik het niet eens ben met de bedrijfsarts?
U kunt een deskundigenoordeel aanvragen bij het UWV (tegen vergoeding, raadpleeg het UWV voor het actuele tarief). Dit is een onafhankelijk oordeel dat u kunt gebruiken in een gesprek met uw werkgever of in een eventuele juridische procedure. Daarnaast heeft u het recht om via de arbodienstregeling van uw werkgever een second opinion aan te vragen bij een andere bedrijfsarts.
Wanneer moet tweede spoor worden ingezet?
De werkgever moet tweede spoor tijdig inzetten wanneer duidelijk wordt dat eerste spoor onvoldoende perspectief biedt. De eerstejaars evaluatie (week 52) geldt als richtmoment, maar het UWV beoordeelt dit op basis van maatwerk — soms is eerder of later starten gerechtvaardigd. Tweede spoor is niet nodig zolang er concreet uitzicht is op terugkeer bij de eigen werkgever. Te laat starten kan leiden tot een loonsanctie van het UWV.
Wat is het re-integratieverslag?
Het re-integratieverslag is een samenvatting van alle re-integratie-inspanningen gedurende de eerste twee ziektejaren. Het moet worden opgesteld rond week 91 en bevat de probleemanalyse, het plan van aanpak, de evaluaties en de eindevaluatie. Het UWV beoordeelt op basis van dit verslag of werkgever en werknemer voldoende hebben gedaan.
Kan mijn werkgever mij ontslaan als ik niet meewerk aan re-integratie?
Niet zomaar. De werkgever moet eerst een zorgvuldig traject doorlopen: schriftelijke waarschuwingen, loonstopzetting, bij voorkeur een deskundigenoordeel van het UWV, en voldoende dossieropbouw. Pas bij structurele en ernstige weigering kan de werkgever een ontbindingsverzoek indienen bij de kantonrechter op de e-grond (verwijtbaar handelen). Dit kan ook gevolgen hebben voor uw WW-uitkering na het einde van het dienstverband.